Hoe bijzonder zijn de warehouses van kleinere en middelgrote bedrijven die ‘best in class’ zijn op het gebied van smart warehousing? Wat hebben ze geautomatiseerd, waarom en hoe is de investering te verantwoorden? Nabuurs, Claassen Logistics en H.Essers laten het zien.
De meest baanbrekende voorbeelden van robots en slimme systemen in warehouses, zijn te vinden bij grote logistieke bedrijven. Zij hebben geld, slagkracht en de benodigde volumes om mechanisatieprojecten van de grond te krijgen. Toch gebeurt er ook het een en ander bij de middelgrote en kleinere spelers in de markt. En dan val je op. In de Top 100 Logistiek Dienstverleners worden ze aangemerkt als ‘best in class’ (zie kader), in dit geval op het innovatiethema smart warehousing.
In 2025 zijn er zestien bedrijven aangemerkt als ‘best in class’ op smart warehousing. Van de grote bedrijven gaat het om DHL, Ceva, GXO, Kuehne+Nagel en Mainfreight. Middelgrote spelers Nabuurs, VTS, Flex Logistics, Seacon, De Klok en Rabelink kunnen hetzelfde zeggen. Van de kleinere bedrijven vallen dit jaar H.Essers, Zijderlaan, Claassen Logistics, Van der Werff en Collicare op.
Bedrijven vullen voor de jaarlijkse totstandkoming van de Top 100 LDV een digitale enquête in. De antwoorden op vragen over kwalitatieve onderwerpen, de zes innovatiethema’s, gaan naar juryleden toe. Zij geven elk bedrijf een cijfer, waarna er per thema een gemiddelde uitrolt. Op basis van de jaaromzet is er dan al onderscheid gemaakt tussen grote, middelgrote en kleine logistiek dienstverleners. Per omzetgroep komt er zodoende een aantal bedrijven bovendrijven dat hoger scoort dan de rest. Zij krijgen op het thema 5 sterren en zijn ‘best in class’.
Naast het thema smart warehousing zijn er ook scores voor arbeid en scholing, duurzaam transport, duurzame warehousing, ketenregie en digitalisering.
Bij Nabuurs worden er in sommige vestigingen telrobots ingezet die elke dag de voorraad checken. Automatische layer-pickers zorgen ervoor dat de fysieke belasting voor medewerkers naar beneden gaat. Ook zijn er realtime dashboards en wordt er continu gekeken naar data, om uit te vinden welke procesonderdelen (verder) geautomatiseerd kunnen worden.
Dit soort oplossingen is echter niet voor elke Nabuurs-locatie relevant. Of wel relevant, maar niet haalbaar. In Heijen is de logistiek dienstverlener direct naast de daar enige klant gevestigd. Nabuurs verzorgt opslag en uitslag voor de internationale markt. Het pand is 23 jaar oud, de ruimte beperkt en het proces complex.
Mervin Hoogendijk is sitemanager in de Limburgse plaats. Veel standaardoplossingen zijn hier niet geschikt, zegt hij. “We moeten zelf met de ideeën komen hoe een oplossing toch bij ons gaat passen. Je moet out-of-the-box denken.” Toyota Material Handling is bereid om mee te denken en te testen. Zo wordt de locatie momenteel klaargemaakt voor een slim camerasysteem op de reachtrucks. Niet met standaardapparatuur, benadrukt de sitemanager. De pallets zijn namelijk drie meter hoog en door de mezzanine is het niet mogelijk om camera’s op de gebruikelijke manier aan het plafond te hangen.
Op het gebied van automatisering is de Nabuurs-locatie niet zo ver als Hoogendijk zou willen. Maar er is al wel veel gemechaniseerd, zegt hij. Bijzonder is bijvoorbeeld de reachtruck met dubbel vorkenbord. De medewerker kan daarmee twee pallets oppakken, verplaatsen en elders neerzetten. Dit levert Nabuurs enorm veel tijdwinst op.
Bijzondere voertuigen rijden ook rond bij Claassen Logistics in Tilburg. Het gaat om combitrucks van Jungheinrich, waarmee de logistiek dienstverlener goederen op 17,5 meter hoogte kan wegzetten. Het familiebedrijf heeft drie van deze combitrucks, zeggen Huib Claassen en warehousemanager Martijn Thomas.
Het bedrijf heeft geen enkele robot rondrijden. Dat het toch ‘best in class’ kon worden op het gebied van smart warehousing, heeft volgens Claassen te maken met het efficiënt gebruikmaken van de ruimte. Ten eerste dus dankzij die combitrucks. Ook zijn er dashboards voor de beste bezetting per hal en per gang. Ten derde wordt één hal afhankelijk van het moment van de dag gebruikt voor warehousing- of juist crossdockactiviteiten.
Het familiebedrijf heeft er heel gericht voor gekozen om nieuwe systemen te implementeren. Een wms waar ze zelf aan kunnen sleutelen. Claassen: “Aan het begin ben je zoekende. Je moet op het momentum komen dat je zoveel ervaring hebt, dat je steeds sneller dingen kunt doen.” Nu volgt de ene na de andere verbetering in het wms elkaar op.
Hoogendijk van Nabuurs blokt ook bewust tijd in de agenda’s van medewerkers uit verschillende lagen van de vestiging, om samen naar mogelijke oplossingen te kijken. Door zelf naar presentaties te gaan over AI, zijn de kosten van het voortraject relatief laag. Pas bij de implementatie is een grote investering nodig. Het lijkt op de ‘funnel’ van H.Essers. Elk innovatief idee doorloopt een aantal vaste stappen: van idee tot analyse, proof-of-concept, realisatie en dan pas eventuele uitrol. Zo minimaliseert het bedrijf risico’s, zegt innovatiemanager Robin Ceunen.
H.Essers werd in de Top 100 LDV 2025 ‘meest innovatieve kleine speler’. Dat is op het eerste gezicht vreemd, omdat de logistiek dienstverlener in België absoluut niet klein is. Ceunen is zich ervan bewust dat het voor een bedrijf met meer dan 7.000 medewerkers makkelijker is om iemand volledig vrij te spelen voor innovatie dan bij een familiebedrijf met honderd man.
In de praktijk levert de funnel mooie toepassingen op in het warehouse. Zo werkt H.Essers met een Ergopicker. “Ergonomie is een groot thema in ons warehouse. Er waren al wel vacuümheffers die dozen of jerrycans kunnen optillen, maar wij hebben samen met leverancier Tawi een mobiele variant daarvan gerealiseerd”, zegt Ceunen.
Andere innovaties bij H.Essers zijn een zelfrijdende AMR die obstakels detecteert en ontwijkt. “Ze zijn veilig, snel en kunnen samenwerken met mensen. De technologie is nog jong, maar wij rollen dit jaar de eerste uit op meerdere sites. Ik daag iedereen uit om een leverancier te vinden die pallets verplaatst en daarbij obstacle avoidance toepast”, zegt Ceunen. Ook in Nederland zit het bedrijf niet stil. In Bergen op Zoom draait een geautomatiseerd proces dat drums (vaten) herpakt en labelt.
Als tip voor kleinere bedrijven, geeft Ceunen aan dat het belangrijk is om erop te letten dat een investering echt rendeert. Naast de wil om te innoveren, is er een passende cultuur nodig: men moet out-of-the-box willen en kunnen denken. Twee sessies per jaar per afdeling zijn al voldoende om met goede ideeën vanuit de organisatie te komen. Ceunen: “Bedenk je ook altijd dat veel van onze warehouses niet in aanmerking komen voor een volautomatisch systeem. Je moet alleen dingen automatiseren die zich daarvoor lenen. Mijn tip: geef niet op als de eerst gevonden oplossing niet bij je past. Er zijn nog veel meer ideeën om het probleem op te lossen, en misschien zit daar iets tussen wat wél binnen de organisatie past.”
Vind de volledige verhalen op www.logistiek.nl/onderwerp/smart-warehousing.
Ook zullen komend najaar meer bedrijven via die link hun visie delen.