Denk je dat je een vrije parkeerplaats ziet bij het wegrestaurant, staat er helemaal vooraan in het vak een auto met caravan opgesteld. De problematiek rondom truck-parkeerplaatsen is ook in de zomerperiode groot. Vanuit zijn rol bij Haskoning houdt Martijn Duijndam zich al lange tijd bezig met het onderwerp. Hoewel het bedrijfsmodel commercieel gezien niet goed is, houdt hij hoop op meer capaciteit. Onder meer door meer digitalisering.
Eind mei stuurde toenmalig minister van I&W, Barry Madlener, een brief aan de Tweede Kamer waarin stond dat er landelijk geld wordt vrijgemaakt voor truckparkings. Fijn, zo reageerde TLN. “Het biedt kansen om nu daadwerkelijk door te pakken met de realisatie en uitbreiding van veilige en goed uitgeruste parkeerplaatsen.”
Heel snel zal dat niet gaan, vreest Martijn Duijndam, projectleider slimme mobiliteit en logistiek bij Haskoning. Vanuit die rol houdt hij zich bezig met verduurzamingsopgaven bij semioverheden, en ook houdt hij al lange tijd de situatie rondom truckparkings in de gaten. Door tekorten parkeren vrachtwagenchauffeurs noodgedwongen op de vluchtstrook, op in- en uitvoegstroken en ook het onderliggend wegennet stroomt vol.
De overlast is ook merkbaar bij werkgevers en planners, denkt Duijndam, omdat chauffeurs steeds vroeger op de dag de wagen neerzetten bij een wegrestaurant om zich van een plek te verzekeren en een hapje te kunnen eten. Of ze moeten ver omrijden voor een geschikte verzorgingsplek. De productiviteit van het voertuig daalt kortom aanzienlijk.
Met het geld van Madlener, dat naar verwachting ook komt nu het kabinet gevallen is, zouden exploitanten volgens TLN geholpen zijn. Maar zo zeker is Duijndam daar niet van. “Het is een moeilijk bedrijfsmodel”, zegt de projectleider. De grond is duur, zeker langs de snelweg. Daarna moet het terrein worden voorzien van hekwerk, camerasystemen, eventueel een IT-systeem, sanitair en iets ter ontspanning voor de chauffeurs. En laadpalen, gezien de groeiende behoefte daaraan. “Stel je hebt 200 plekken en je vraag 15 euro per nacht. 3.000 euro op een dag dat er 200 vrachtwagens staan, dat is natuurlijk niks. Dat is het nadeel ervan dat de plekken vooral ’s nachts nodig zijn – overdag heb je geen inkomsten.”
Daarom is de markt niet happig om erin te stappen. Dat blijkt volgens Duijndam uit het feit dat er ook maar voor de helft aanspraak is gedaan op geld uit Europa. “Als een subsidiepotje niet gebruikt wordt, dan hebben we niks aan het geld dat wordt vrijgemaakt voor truckparkings. En dan verdwijnt het potje en komt die vaak ook niet meer terug.”
De overheid is de partij die nu in actie moet komen, aldus de Haskoning-projectleider. Ga zoeken naar goede plekken waar voorzieningen kunnen komen, is zijn devies. Want uitbreiding van het aantal verzorgingsplaatsen is echt nodig. Duijndam heeft naar eigen zeggen ‘goede hoop’ dat er verbetering komt, omdat er op het ministerie een projectleider truckparkeren wordt aangesteld. Iemand die zich dus volledig op dit onderwerp kan richten, inclusief digitaliseringsvraagstukken – want wie mag de data over de verzorgingsplekken inzien? Chauffeurs, en ook planners? Hoe ga je om met chauffeurs uit Oost-Europa die op gedownloade kaarten rijden?
Kortom, nog veel te onderzoeken voordat het landelijk beleid er is, maar het gaat dankzij de nieuwe projectleider op het ministerie misschien wel wat sneller lopen.
Lees het hele artikel, inclusief goede voorbeelden in Nederland en mogelijke manieren om de problematiek op te lossen volgens Martijn Duijndam, op Logistiek.nl