De eerste ontwikkeling is de steeds sneller gaande consolidatie van de sector. Door een combinatie van factoren zoals vergrijzing, gebrek aan opvolging, het steeds moeilijker worden van het ondernemerschap en de grotere investeringen die gedaan moeten worden voor verduurzaming, zal de komende tien jaar een groot deel van de sector te koop komen te staan. Dit is niet nieuw en is al een tijd aan de gang, waardoor je ziet dat de gemiddelde omvang van ondernemingen in de sector langzaamaan stijgt.
Het nadeel van de steeds groter wordende ondernemingen is dat het steeds moeilijker wordt om hiervoor een koper te vinden in Nederland. Al ga je uit van een koopsom tussen de vier tot vijf keer de winst. Dan is dat voor de meeste Nederlandse ondernemingen lastig op te brengen.
Gedwongen te investeren in duurzaamheid
Daar komt bij dat Nederlandse ondernemingen ook nog eens, sneller dan buitenlandse ondernemingen, gedwongen worden om te investeren in verduurzaming. Dit betekent dus dat ze meer kapitaal moeten hebben en meer moeten lenen. Omdat bij verduurzaming en overnames de kosten voor de baten gaan, zal de verhouding tussen schuld en winst dus in eerste instantie verslechteren en het risico toenemen. Dit vinden banken, kapitaalverstrekkers maar ook eigenaren spannend.
Hoe groter en kapitaalkrachtiger de koper is, hoe kleiner dit effect is. En daarom zijn buitenlandse kopers vaak in het voordeel. Zij zijn groter en kapitaalkrachtiger dan de meeste potentiële Nederlandse kopers. Hierbij speelt ook mee dat buitenlandse kopers vaker gesteund worden door grote investeerders. Iets wat je in Nederland maar zeer beperkt ziet. Het resultaat is dat uiteindelijk veel goed renderende Nederlandse, veelal familiebedrijven, verdwijnen.