Blog

Hoe lang blijft transportsector nog Nederlands?

In de jaren is Henry Steenbergen, directeur transport en mobiliteit bij Rabobank, zich steeds meer zorgen gaan maken over de Nederlandse transportsector. Hoe lang blijft deze nog Nederlands? Er worden namelijk steeds meer Nederlandse ondernemingen verkocht aan buitenlandse kopers. Hoe komt dat? Wat kunnen we eraan doen? In deze blog gaat hij hier dieper op in.

Iedereen die enige ervaring heeft met buitenlandse vervoerders, weet dat wij hier in Nederland de modernste en zuinigste voertuigen, de meest hoogwaardige logistieke dienstverlening leveren en daarmee internationaal de standaard zetten. En terwijl het imago van de sector binnen Nederland niet altijd even positief is, kijken buitenlandse bedrijven en investeerders met grote belangstelling naar onze transportbedrijven.

Deze internationale waardering, gecombineerd met een grote buitenlandse investeringskracht, leidt mij tot een opvallende conclusie: een groot deel van de Nederlandse transport- en logistiekbedrijven zal binnen tien jaar waarschijnlijk in buitenlandse handen zijn.

Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen

Waarom ik dat denk? Laten we ermee beginnen dat een groot deel van de sector nu al niet meer een Nederlandse eigenaar heeft. Wie de Top 100 Logistiek Dienstverleners erbij pakt ziet dat de top 20 al grotendeels in buitenlandse handen is. Ik denk dat dit zich door zal zetten omdat een paar ontwikkelingen in de markt het naar mijn mening onvermijdelijk maken, als we tenminste niets doen.

‘Groot deel van de NL'se logistieke bedrijven zal binnen tien jaar in buitenlandse handen zijn’

De eerste ontwikkeling is de steeds sneller gaande consolidatie van de sector. Door een combinatie van factoren zoals vergrijzing, gebrek aan opvolging, het steeds moeilijker worden van het ondernemerschap en de grotere investeringen die gedaan moeten worden voor verduurzaming, zal de komende tien jaar een groot deel van de sector te koop komen te staan. Dit is niet nieuw en is al een tijd aan de gang, waardoor je ziet dat de gemiddelde omvang van ondernemingen in de sector langzaamaan stijgt.

Het nadeel van de steeds groter wordende ondernemingen is dat het steeds moeilijker wordt om hiervoor een koper te vinden in Nederland. Al ga je uit van een koopsom tussen de vier tot vijf keer de winst. Dan is dat voor de meeste Nederlandse ondernemingen lastig op te brengen.

Gedwongen te investeren in duurzaamheid

Daar komt bij dat Nederlandse ondernemingen ook nog eens, sneller dan buitenlandse ondernemingen, gedwongen worden om te investeren in verduurzaming. Dit betekent dus dat ze meer kapitaal moeten hebben en meer moeten lenen. Omdat bij verduurzaming en overnames de kosten voor de baten gaan, zal de verhouding tussen schuld en winst dus in eerste instantie verslechteren en het risico toenemen. Dit vinden banken, kapitaalverstrekkers maar ook eigenaren spannend.

Hoe groter en kapitaalkrachtiger de koper is, hoe kleiner dit effect is. En daarom zijn buitenlandse kopers vaak in het voordeel. Zij zijn groter en kapitaalkrachtiger dan de meeste potentiële Nederlandse kopers. Hierbij speelt ook mee dat buitenlandse kopers vaker gesteund worden door grote investeerders. Iets wat je in Nederland maar zeer beperkt ziet. Het resultaat is dat uiteindelijk veel goed renderende Nederlandse, veelal familiebedrijven, verdwijnen.    

‘We moeten aan de bak’

Is de zaak verloren? Nee, maar dan moeten de sector en alle betrokkenen, zoals banken, overheid en ook belangenorganisaties, wel aan de bak. We moeten meer kijken naar fusies in plaats van alleen maar naar overnames. We moeten de samenwerking tussen ondernemingen vergroten zodat kleinere ondernemingen toch nog bestaansrecht hebben. Ook zullen we de winstgevendheid van sector moeten vergroten om ook binnenlandse investeerders aan te trekken.

De productiviteit moet omhoog en de overheid moet meer helpen bij het winstgevend maken van verduurzaming. Ten slotte zullen ondernemingen meer en verder vooruit moeten gaan denken over hun groeistrategie. Deze strategie zal besproken moeten worden met het management, adviseurs, investeerders en ook met de bank.